Jezus’ ogen
‘En Jezus zich omkerend zag Petrus aan’ (Lucas 22:61a)
We zijn de lijdenstijd inmiddels ingegaan en volgen de Heere Jezus op Zijn weg naar Jeruzalem, waar Hij zal worden veroordeeld om vervolgens te worden terechtgesteld. Voordat het zo ver is komen we in onze geschiedenis eerst op de binnenplaats van het huis van Kajafas de Hogepriester terecht. We zien onder andere Petrus daar staan, die het proces aangaande zijn meester op een afstand probeert te volgen.
Nu zal het zal u of jou ook wel eens zijn overkomen, dat bepaalde dingen die gebeuren raadselachtig overkomen. Op het eerste gezicht begrijp je er niets van, laat staan dat je het kunt verklaren. In deze lijdensmeditatie is dit ook het geval. En wel met de discipel en volgeling van de Heere Jezus, Petrus. In ons tekstgedeelte is hij de Heere Jezus, die inmiddels op de binnenplaats van het huis van Kajafas de Hogepriester wordt verhoord, stil gevolgd. Aan de zijkant van deze binnenplaats, ergens op de achtergrond, brandt een open vuur waar mensen zich kunnen warmen. Ook Petrus staat daar bij om alles goed te kunnen volgen. Maar dan herkent een slavinnetje ineens Petrus als één van de volgelingen van de Heere Jezus. Even later herkent een ander Petrus ook. Een uur later is er weer een ander die hem aan zijn Galileese accent herkent. Maar als hij voor de derde keer wordt aangesproken, begint Petrus zelfs te vloeken en te zweren door te zeggen dat hij de man uit Nazareth niet kent. Op datzelfde moment kraait ergens een haan.
Het is raadselachtig van Petrus om te zeggen dat hij de Heere Jezus, met wie hij drie jaar lang is opgetrokken, niet kent! Hoe kun je nu als leerling en volgeling van de Heere Jezus tot drie keer toe liegen, dat jij je Meester niet kent? Blijkbaar is de verzoeking, waarin Petrus zichzelf heeft gebracht te zwaar. Laten we maar voorzichtig zijn om onze vinger naar Petrus te wijzen. Juist als wij denken in het geloof heel wat mans te zijn, sterk en standvastig, blijken wij uiterst kwetsbaar. We kunnen zo maar in de verzoeking van de satan terechtkomen door een onverwacht voorval. En voordat we het weten, hebben wij onze Heiland verloochend.
Vervolgens lezen we in Lucas 22, vers 61a: En de Heere zich omkerend zag Petrus aan. Jezus kijkt met Zijn ogen Petrus als zondaar aan. Ongetwijfeld spreken de ogen Van Jezus boekdelen! Jezus zoekt met Zijn ogen de gevallen discipel Petrus op, wanneer ze beiden hier oog in oog met elkaar staan in een blik van verstandhouding. Tegelijk is het een wonder van genade. De Heere Jezus, die onschuldig zwaar moet lijden, let op Zijn gevallen discipel. Uit de taal van Jezus’ oogopslag spreekt troost en bemoediging. Bovendien kon Petrus het weten: ‘Simon, Simon, de satan heeft u zeer begeerd te zeven als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude’ (Lucas 22, vers 31). Petrus moest het weten: Jezus laat mij uit liefde niet los, omdat Hij voor mij heeft gebeden. Het is met geen pen te beschrijven wat Petrus in de ogen van Zijn Meester heeft gezien.
De Heere Jezus kijkt ook u en mij aan! Komen wij uit voor de Naam van de Heere Jezus? Of zwijgen we maar liever. In ieder geval ziet Hij ons doen en laten in deze. Ook als wij voor Zijn Naam níet uit (willen) komen. Als we liever maar zwijgen, als er bijvoorbeeld om ons heen wordt gevloekt. Vandaar dat de Heere Jezus door middel van deze meditatie, u en mij aankijkt en u en mij uitnodigt: ‘Wendt u naar Mij toe en wordt behouden.’ Ik wil uw God zijn! Bij Mij is hét leven, het ééuwige leven te vinden, want voor al uw zonden ben Ik gestorven en ben Ik aan het kruis gegaan. En u weet: één druppel zonde scheidt ons voor eeuwig van God de Vader. Eén druppel bloed brengt ons voor eeuwig terug bij God de Vader! In Jezus’ ogen schittert Gods liefde: Hij gaf het offer van Zijn leven voor u en mij.
‘Heer, verzoener van mijn zonden, Heiland, die mij hebt gezocht,
die mijn boeien hebt ontbonden, en voor God mij vrijgekocht,
ik, onrein in schuld verloren, ben opnieuw in U geboren:
Duizend, duizend maal, o HEER, Zij U daarvoor dank en eer!’